donderdag 28 februari 2013

Aantal beta studenten dat instroomt stijgt

Slechts een op de tien Nederlandse afgestudeerden heeft een bètastudie afgerond en dat is internationaal gezien heel erg weinig. Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Anderzijds blijkt de instroom van studenten aan bètastudies wel flink te zijn toegenomen in de afgelopen jaren.
 


Koploper is Zuid-Korea (26,1 procent), opkomende landen liggen in het voormalig Oostblok. Een eenduidige verklaring daarvoor is er niet, maar vaak ligt de status van een technisch beroep hoger en het bijbehorende salaris ook.

Masterplan

Volgens het platform Bèta Techniek, dat zich onder meer heeft toegelegd op het vergroten van het aantal afgestudeerde bètastudenten, ligt het percentage afgestudeerden echter wel iets hoger in Nederland, namelijk op 18 procent. 'De definitie van het CBS is smaller dan die van het Platform', laat een woordvoerster weten. Die 18 procent is echter nog altijd ver onder het streefgetal van 40 procent, dat door 9 sectoren is afgesproken in een zogenoemd Masterplan.

Forse groei aantal vrouwelijke bèta-WO'ers

Uit vrijdag verschenen cijfers van het Platform blijkt echter wel dat er steeds meer studenten een technische opleiding zijn gaan volgen. De instroom op het hbo en wetenschappelijk onderwijs is met respectievelijk 14 en 91 procent gestegen ten opzichte van 2000. 'Op universiteiten en hbo's zien we de instroom toenemen. Vooral het aandeel van vrouwen in het wetenschappelijke onderwijs neemt toe. Het is fijn dat er verbetering wordt geboekt, maar we zijn er nog lang niet', reageert Jeroen van der Veer, voorzitter van de Raad van Toezicht bij het platform en oud-topman bij Shell.

Invloed crisis

'Hopelijk komt er door alle inspanningen van het Platform en onder invloed van de crisis nu een versnelling van de instroom', aldus Van der Veer. 'Tijdens economisch goede tijden kiezen jongeren vooral een leuke studie, tijdens een crisis kijken ze meer naar waar een tekort aan mensen is. We hebben pas laat dat gevolg van de crisis gezien in de instroom.'

Bron: (c) ANP 2013terug naar www.recruitastudent.nl

maandag 25 februari 2013

Hou op met dat gesomber

We doen alsof ons land in een diepe crisis verkeert. Dat is niet zo. Onze uitgangspositie is ijzersterk, betoogt Wim Boonstra, hoofdeconoom van Rabobank.
Het pessimisme in ons land viert hoogtij. Dat is op zichzelf wel te begrijpen. Dit jaar zal de economie licht krimpen. De werkloosheid loopt op, net als het aantal faillissementen. De huizenprijzen staan nog onder neerwaartse druk. En de overheidsfinanciën staan er niet al te florissant voor. Toch schieten wij door in ons pessimisme. We verliezen uit het oog dat er weliswaar sprake is van een stevige stagnatie, maar dat het wel een stagnatie op een zeer hoog welvaartsniveau is. In de landen om ons heen kijken ze met enige verbazing naar ons land. Daar zien ze wat wij onszelf een beetje uit het oog zijn verloren.

Rijkste land
Nederland is, gemeten naar het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking, na Luxemburg, het rijkste land van de eurozone. Onze werkloosheid is een van de laagste van Europa. De concurrentiepositie is ijzersterk, getuige ons structurele overschot in de buitenlandse handel. Wij hebben zo ongeveer het mooiste pensioenstelsel ter wereld en onze sociale zekerheid steekt positief af tegen de stelsels in de meeste andere landen. De fundamenten van onze economie zijn ijzersterk.
Dat neemt niet weg dat de lage groei uitdagingen met zich meebrengt. In een groeiende economie is het voor onze politici eenvoudiger om beleid, bijvoorbeeld inkomensbeleid, te voeren. Dan kan men de groei wat verschillend verdelen over de diverse inkomensgroepen. In een stagnerende of, vervelender nog, krimpende economie valt geen groei te herverdelen. Wat de een erbij krijgt, moet een ander inleveren. Dat vergt zichtbare keuzen die niet altijd populair zijn.
Het pessimisme schiet door op het gebied van de huizenmarkt. Het aantal gedwongen woningverkopen vertoont een snelle groei. Daarbij wordt vaak vergeten dat het aantal gedwongen verkopen in ons land ongeveer 0,06 procent van de woningvoorraad beslaat en dat dit percentage een van de laagste ter wereld is.
Bovendien zijn de betalingsachterstanden in ons land gering en is de betaalbaarheid van koopwoningen, dankzij de gedaalde prijzen en lage hypotheekrente, scherp verbeterd. Ik denk dat de huizenprijzen op niet al te lange termijn weer kunnen stijgen. Onderliggend is namelijk sprake van een stevig vraagoverschot.

Paniekverhalen
Als gevolg van gezinsverdunning zal de vraag naar woonruimte de komende jaren nog toenemen. Het aanbod van woonruimte is door de crisis in de bouw echter vrijwel stilgevallen. Combineer dit met de verbeterde betaalbaarheid en het is een kwestie van tijd totdat de woningmarkt weer op gang komt. Paniekverhalen over een verdere daling met 20 procent lijken mij nogal ver van de realiteit te staan.
Kan de woningmarkt op gang worden geholpen? Ja, dat kan, en het hoeft ook niet veel te kosten. Boven alles is het van belang dat de beleidsonzekerheid afneemt. Laat de regering het beleid ten aanzien van zowel de huurmarkt als de markt voor koopwoningen dus rustig uitvoeren en maak er bij de volgende Kamerverkiezingen geen item meer van. Beleidsrust is een groot goed. En we moeten nog eens goed nadenken hoe wij starters op de woningmarkt een extra zetje kunnen geven.
Gemiddeld zijn we een rijk land, maar achter gemiddelden liggen uitbijters. Velen hebben het moeilijk. Maar we moeten niet doen alsof ons land in een diepe crisis verkeert. Dat is namelijk niet het geval. We staan weliswaar voor grote uitdagingen, maar vanuit een sterke startpositie. We zijn met zijn allen rijk genoeg om onze nationale problemen het hoofd te bieden.
Laten we eens ophouden met somberen en de toekomst vanuit kracht tegemoet treden. Dat scheelt een slok op een borrel.

Bron: Volkskrant.nl